Keiko Sato
"Home is my culture and my private history,
very personal. A symbol of a country does not
remind me of home. Home means to me the
intimacy of landscape and language, of food,
smells, space, close friends and family. This
intimate life recalls my memories. It gives me
a feeling of longing."
 Zonder titel, 2000. Glazen flessen (wijn, bier en melk), zand, touw, 8 x 11 m. South London Gallery
Keiko Sato wil dat haar werk iets doet met mensen, iets
teweegbrengt. Haar installaties zijn tijdelijk, zó tijdelijk dat
ze ze vaak na afloop van een expositie letterlijk van de vloer
weg bezemt. Maar het proces dat ze met haar werk in gang
wil zetten, is oneindig.
Vóór ze op haar tweeëndertigste aan haar kunstopleiding
begon, werkte ze tien jaar als vroedvrouw. Door haar werk
was ze heel direct betrokken bij het begin van het leven, maar
ook bij de dood. Haar werk als beeldend kunstenaar gaat ook
over dood en leven. Leven en dood horen bij elkaar, net zoals
groei en afbraak, constructie en deconstructie: "Het leven is
niet controleerbaar, maar mensen willen dat niet weten. Dat
is beangstigend. Ze denken niet aan de dood. Maar als je er
wel aan denkt ga je anders nadenken over wat leven is". Met
haar kunst wil ze het ongrijpbare laten zien, dingen waarvoor
mensen bang zijn, waarover zij geen controle hebben: verval,
dood en vernietiging. De materialen die Keiko Sato in haar
installaties gebruikt zijn metaforen: glasscherven, sigarettenpeuken
en as, thee die tijdens de expositie gaat schimmelen,
verbrande papiersnippers. Al haar projecten liggen op de
grond. Op het eerste gezicht zie je een verzameling vieze en
kapotte dingen. Je vraagt je af of je hier kunt lopen. Moet je
proberen tussen de rommel door te navigeren of kun je er
gewoon overheen lopen? Veel van Sato’s werk ruikt en maakt
geluid als je er overheen loopt. Maar alles is zorgvuldig gearrangeerd.
Er is iets nieuws van gemaakt: "Wat gebroken is
heeft niet te hebben afgedaan, het verandert, je kunt het
omwerken tot iets anders".
De materialen waarmee Keiko Sato het project ‘Huis’ gaat
maken zijn kinderklei, gekleurde touwtjes, dode beestjes en
kleine papieren vlaggetjes. De installatie krijgt een plaats op
de trap van het museum. Als een performance zal ze daar de
vlaggetjes kapot knippen. De materialen gaat ze vervolgens
verwerken tot een ‘gebroken’ landkaart.
Sato kreeg het idee toen ze kinderen zag spelen: "Vooral jongetjes
spelen vaak oorlogje. Schieten, doden, overleven. Ze
zijn nauwelijks uitgespeeld met schieten en dood neervallen,
of zij maken alweer mooie huisjes of spelen dat ze paardje
rijden. Ik wilde deze dualiteit in de speelwereld van kinderen
laten zien door het oog van een kunstenaar en ermee verbeelden
dat de mensen adrenaline nodig hebben om te kunnen
leven. Dat kan een levensgevaarlijke situatie opleveren".
De installatie suggereert een oorlogssituatie met dood en
verval; de vlaggen markeren stukken veroverd land. De vlag,
symbool van een land, zegt eigenlijk niets over iemands
thuis, aldus Sato. Met de kapotte vlaggen wil ze het begrip
van een natie ter discussie stellen en daartegenover het
begrip thuis onder de aandacht brengen. De kapotte vlaggen
die niet meer als symbool voor een land kunnen functioneren,
kunnen wel een soort wereldlandschap creëren: "The
world landscape also shows the living and creative power of
humanity".
Keiko Sato (Iwaki, Japan, 1957) werd opgeleid aan Goldsmith’s College, University of London,
en volgde een internationale postacademische opleiding aan de Jan van Eyck Academie in
Maastricht. Zij woont en werkt in Nijmegen.
INTERVIEW
Hanna Muris
|
|