EEN PROJECT VAN
CIRCUS COLOURFUL CITY
& MUSEUM HET VALKHOF
 
Meewerkende kunstenaars
 
Yaquelín Abdalá   /  Marjoleine Boonstra   /  René Brouns   /  Diederik Grootjans   /  Harmen de Hoop   /  Murat Sahinler   /  Keiko Sato   /  Igor Sevcuk   /  Bert Sissingh   /  Nur Tarim   /  Marieke Vriend   /  Inette van Wijck   /  Lee Eun Young   /  Aboudramane    /  Willie Bester   /  Romouald Hazoumé   /  Esko Männikkö   /  Moké   /  Mohammed El Morabet   /  Santiago Rodríguez Olazábal
Inette van Wijck
 
"Al associërend bedacht ik dat je overal, waar je ook bent, een veilige ruimte om je heen wilt hebben van waaruit je nieuwe dingen kunt ondernemen. Of je nu aan de andere kant van de wereld bent of in een overvolle trein. Het komt er toch steeds op neer dat je een territorium bouwt. Kleuters kunnen zo ook hun omgeving afbakenen en steeds roepen ‘van mij’."
 

‘Van mij’, 2003. Glas, 56 x 34 x 28 cm (7.5 kilo)
 
Tijdens haar opleiding aan de academie van Tilburg was er veel aandacht voor het werken met uiteenlopende materialen, vertelt Inette van Wijck. Op de academie in Arnhem was er juist vooral aandacht voor het idee. In haar werk vullen deze verschillende aspecten van het maken van kunst elkaar goed aan.
 
Zij maakt werk over wat ze denkt of voelt. Ze ziet haar werk als een aantekening in een denkproces, een stap in de ontwikkeling van het denken over iets. Ze geeft daaraan vorm door middel van afdrukken: "Je leven bestaat voor een groot deel uit de afdruk v an wat geweest is ... een ‘eindeloz e’ aaneenschakeling van momenten die wij als herhaling maar ook steeds weer als nieuw kunnen ervaren. Steeds weer ontstaat er een nieuw moment waarop energie vrijkomt. Steeds weer maken vormen zich los uit hun mal om een nieuw leven te beginnen. Zo ontstaan in mijn werk mallen en contramallen, maken positieve en negatieve vormen zich los van elkaar".
 
Met één mal maakt ze veel verschillende beelden. Door gebruik van steeds weer een ander materiaal en een aan dat materiaal gekoppelde kleur, is ieder beeld weer heel anders en heeft het zijn eigen zeggingskracht. Inette van Wijck gebruikt altijd plastische materialen, dat wil zeggen: materialen die zich naar iets anders kunnen vormen. Dus geen hout of steen, maar wel gips, brons, glas, klei, papier-maché, kunststof, glas.
 
Haar afdrukken maakt ze van allerlei voorwerpen, maar tot voor kort nooit van mensen. Tijdens de tentoonstelling is het werk ‘Van mij’ te zien. Hiervoor maakte ze een afdruk van haar eigen lichaam terwijl zij een stukje wereld omhelst. Deze afdruk heeft ze in glas laten uitvoeren: "Ik heb een grote glasbel laten blazen die ik nog net in mijn armen zou kunnen houden; de glasbel heeft een afdruk van mijn borst, armen en handen. In feite is dit een oergebaar waarmee je jezelf ruimte toeeigent. Een glasbel is afgesloten maar ook doorzichtig; hij is van glas en dus kwetsbaar, zoals een territorium". Aan de buitenkant heeft de glasbel een mysterieuze en organische vorm. Zodra je erin kijkt zie je duidelijk handen, armen en borsten. Van Wijck heeft zich teruggetrokken op haar eigen plek in haar glazen bel. Een intieme en besloten wereld, een ruimte die afgebakend is. Een kwetsbare plek ook, die zich kenmerkt door geslotenheid én doorzichtigheid.
 
Inette van Wijck (Beek, Gld., 1956) studeerde aan de kunstacademie in Tilburg en aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Naast haar werk als beeldend kunstenaar, verricht ze educatief werk in onder andere het Kröller-Müller Museum.
 
INTERVIEW
Hanna Muris