Inette van
Wijck
"Al associërend bedacht ik dat je
overal, waar je ook bent, een veilige
ruimte om je heen wilt hebben van
waaruit je nieuwe dingen kunt
ondernemen. Of je nu aan de andere
kant van de wereld bent of in een
overvolle trein. Het komt er toch
steeds op neer dat je een territorium
bouwt. Kleuters kunnen zo ook hun
omgeving afbakenen en steeds
roepen ‘van mij’."
 ‘Van mij’, 2003. Glas, 56 x 34 x 28 cm (7.5 kilo)
Tijdens haar opleiding aan de academie van Tilburg was er
veel aandacht voor het werken met uiteenlopende materialen,
vertelt Inette van Wijck. Op de academie in Arnhem was
er juist vooral aandacht voor het idee. In haar werk vullen
deze verschillende aspecten van het maken van kunst
elkaar goed aan.
Zij maakt werk over wat ze denkt of voelt. Ze ziet haar werk
als een aantekening in een denkproces, een stap in de ontwikkeling
van het denken over iets. Ze geeft daaraan vorm
door middel van afdrukken: "Je leven bestaat voor een groot
deel uit de afdruk v an wat geweest is ... een ‘eindeloz e’ aaneenschakeling
van momenten die wij als herhaling maar ook
steeds weer als nieuw kunnen ervaren. Steeds weer ontstaat
er een nieuw moment waarop energie vrijkomt. Steeds weer
maken vormen zich los uit hun mal om een nieuw leven te
beginnen. Zo ontstaan in mijn werk mallen en contramallen,
maken positieve en negatieve vormen zich los van elkaar".
Met één mal maakt ze veel verschillende beelden. Door
gebruik van steeds weer een ander materiaal en een aan dat
materiaal gekoppelde kleur, is ieder beeld weer heel anders
en heeft het zijn eigen zeggingskracht. Inette van Wijck
gebruikt altijd plastische materialen, dat wil zeggen: materialen
die zich naar iets anders kunnen vormen. Dus geen
hout of steen, maar wel gips, brons, glas, klei, papier-maché,
kunststof, glas.
Haar afdrukken maakt ze van allerlei voorwerpen, maar tot
voor kort nooit van mensen. Tijdens de tentoonstelling is het
werk ‘Van mij’ te zien. Hiervoor maakte ze een afdruk van
haar eigen lichaam terwijl zij een stukje wereld omhelst.
Deze afdruk heeft ze in glas laten uitvoeren: "Ik heb een grote
glasbel laten blazen die ik nog net in mijn armen zou kunnen
houden; de glasbel heeft een afdruk van mijn borst,
armen en handen. In feite is dit een oergebaar waarmee je
jezelf ruimte toeeigent. Een glasbel is afgesloten maar ook
doorzichtig; hij is van glas en dus kwetsbaar, zoals een territorium".
Aan de buitenkant heeft de glasbel een mysterieuze
en organische vorm. Zodra je erin kijkt zie je duidelijk handen,
armen en borsten. Van Wijck heeft zich teruggetrokken
op haar eigen plek in haar glazen bel. Een intieme en besloten
wereld, een ruimte die afgebakend is. Een kwetsbare
plek ook, die zich kenmerkt door geslotenheid én doorzichtigheid.
Inette van Wijck (Beek, Gld., 1956) studeerde aan de kunstacademie in Tilburg en aan de
Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Naast haar werk als beeldend kunstenaar, verricht ze
educatief werk in onder andere het Kröller-Müller Museum.
INTERVIEW
Hanna Muris
|
|